Hoe werkt het?
- Kies je taal (als je wil). Helemaal bovenaan staat đ "Mijn thuistaal...". Klik erop en kies je taal. Bij elk woord komt er dan een groen vak met het woord en de uitleg in jouw taal. De Nederlandse uitleg blijft er altijd bij staan. Wil je een andere taal? Kies ze op dezelfde plaats. Wil je geen vertaling meer? Kies daar "Geen (alleen Nederlands)".
- Kreeg je een link van je leerkracht? Klik op de link. De woordenlijst komt vanzelf bij "Mijn lijsten", hieronder. Je moet niets invullen en je hebt geen code nodig.
- Voeg zelf woorden toe.
- Klik bij "Mijn lijsten" op je lijst, of op "+ Nieuwe lijst" om een lijst voor een vak te maken.
- Typ een moeilijk woord uit de les in het vak "Nieuw woord". Typ als je kan ook de zin waarin het stond. Klik op "Voeg toe".
- Je krijgt meteen een eenvoudige uitleg en een afbeelding. De eerste keer vraagt de tool de code van je leerkracht. Die kan je ook bovenaan invullen bij "Code invullen".
- Maak het woord van jou. Schrijf in het vak "In mijn eigen woorden..." wat het woord betekent, in je eigen woorden of in je thuistaal. Klik op "Eigen afbeelding" om een eigen tekening of foto toe te voegen.
- Oefen. Klik op de blauwe knop "âļ Oefenen" naast de naam van je lijst. Kies dan:
- đ Herhaal vandaag: de woorden die vandaag aan de beurt zijn. Doe dit elke dag 5 minuten.
- đ Herhaal alles: een vraag over elk woord van de lijst, bijvoorbeeld voor een toets.
- âī¸ Formuleercoach: antwoord in een volledige zin en krijg tips.
- Of ⥠snelronde, đ flitskaarten, â quiz, đ§Š memory en âī¸ schrijf het woord.
- Goed om te weten. Alles wordt bewaard in deze browser, op dit toestel. Werk je op een ander toestel? Klik dan opnieuw op de link van je leerkracht.
Mijn lijsten
Deel deze lijst met je klas of een klasgenoot. Wie de link opent, krijgt dezelfde woorden met uitleg en afbeelding en kan meteen oefenen. Er is geen code nodig om te oefenen.
Nog geen woorden. Typ hierboven een woord uit de les.
Oefenen:
đĄ Zo leer je vaktaal het best
- Kort en vaak. Elke dag 5 minuten "Herhaal vandaag" werkt beter dan ÊÊn keer lang leren voor de toets.
- Test jezelf. Zeg eerst zelf wat het woord betekent, draai pas daarna de kaart om.
- Zeg het in je eigen woorden, of in je thuistaal, en schrijf dat bij het woord.
- Maak er een tekening bij. Een beeld onthoud je makkelijker dan alleen een woord.
- Leg het uit aan iemand anders, zonder het woord zelf te zeggen.
- Gebruik het woord als je in de les een antwoord geeft of schrijft.